Wettelijke eisen
Niet in alle gevallen is participatie wettelijk verplicht. Maar ook als participatie niet verplicht is, is het wel wenselijk. Buren vinden het fijn om te weten dat iemand een plan heeft. En het kan zijn dat een kleine aanpassing aan het plan veel voordeel oplevert voor de buren, terwijl het niet uitmaakt voor de initiatiefnemer. Dan zal de initiatiefnemer die aanpassing makkelijk doen voor de buren. In zo'n geval leidt participatie tot een beter plan. Op welke manier de initiatiefnemer invulling geeft aan de participatie is echter een eigen keuze. Dat is wettelijk zo bepaald.
Welke eisen er zijn, hangt af van de activiteit en de procedure die daarbij hoort. In de Omgevingswet staat welke procedure bij welke activiteit past. Er zijn 5 procedures.
Sommige projecten (bouwen, gebruiken, aanleggen) zijn vergunningvrij. Dan is er voor de bouwactiviteit geen vergunning nodig. Het project heeft over het algemeen een kleine invloed op de omgeving.
Vergunningvrij is niet hetzelfde als regelvrij. Een project moet voldoen aan de voorwaarden die er gelden. Denk bijvoorbeeld aan de maximale hoogte en grootte van een gebouw. Of aan de minimale afstand tot de grens van het gebouw of gebied (perceelgrens). Overigens kan voor projecten die vergunningvrij zijn nog steeds een vergunning nodig zijn voor de technische toets. Hierbij wordt gekeken of het project voldoet aan de regels voor de technische bouwkwaliteit.
Participatie bij vergunningvrij bouwen
- De initiatiefnemer doet er goed aan om buren te informeren, onder meer vanwege het 'burenrecht'. Het burenrecht regelt onder meer dat buren geen last van elkaar mogen hebben. Hier geldt het advies om, als het kan, rekening te houden met hun wensen.
- Wettelijk gezien hoeft de initiatiefnemer de gemeente niet te betrekken.
Kan de gemeente ingrijpen?
Als het participatietraject niet voldoet, heeft de gemeente geen wettelijke basis om in te grijpen.
Een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Deze vergunning vraagt u aan bij de gemeente.
In het omgevingsplan staat welke (bouw)activiteiten horen bij binnenplanse omgevingsplanactiviteiten. De invloed die deze projecten hebben gaat van heel klein tot heel groot. Voor allemaal geldt dat het project volledig past binnen de regels van het omgevingsplan.
Participatie bij binnenplanse omgevingsplanactiviteit
- Participatie is altijd gewenst. De mate van de gewenste participatie is afhankelijk van het plan, zoals beschreven in de Sneltest voor participatie.
- Artikel 7.4 van de Omgevingsregeling geldt hierbij. Dit betekent dat aanvragers van een omgevingsvergunning bij de aanvraag moeten aangeven of er participatie heeft plaatsgevonden. Wanneer er participatie is geweest, moeten zij ook aangeven hoe het proces is verlopen, wat de reacties zijn en hoe deze zijn verwerkt in het plan.
- De tijd die staat voor het besluit over de vergunningaanvraag is normaal gesproken acht weken. Wel kan deze termijn eenmaal met zes weken verlengd worden. Dit betekent dat de participatie meestal vóór de vergunningaanvraag uitgevoerd moet zijn.
Kan de gemeente ingrijpen?
Het kan zijn dat de initiatiefnemer niets aan participatie heeft gedaan of niet genoeg, maar wel helemaal binnen de regels van het omgevingsplan blijft. Dan heeft de gemeente geen wettelijke mogelijkheden om de initiatiefnemer tot (meer) participatie te dwingen.
De (bouw)activiteiten die afwijken van de regels van het omgevingsplan zijn buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Initiatiefnemers vragen hiervoor een vergunning aan.
De gemeenteraad wijst de gevallen aan waarvoor participatie verplicht is. In de gemeente Zeist heeft de gemeenteraad participatie verplicht gesteld voor alle BOPA’s. Dit betekent dat initiatiefnemers bij de vergunningaanvraag altijd een verslag van het participatietraject moeten meesturen. Het verslag moet de feiten weergeven. Uit het verslag moet blijken dat participatie op een goede manier is uitgevoerd, dus dat het gedaan is volgens de daarvoor opgestelde beleidsregels.
Participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
- Een BOPA kan nodig zijn voor hele kleine en hele grote plannen.
- Participatie is in de gemeente Zeist verplicht voor alle BOPA's.
- Als het verslag van het participatietraject niet goed is, neemt de gemeente de aanvraag voor een BOPA niet in behandeling.
- De tijd die staat voor besluitvorming over de vergunningaanvraag is normaal gesproken acht weken. Wel kan deze termijn eenmaal met zes weken verlengd worden. Dit betekent dat de participatie meestal vóór de vergunningaanvraag uitgevoerd moet zijn.
Kan de gemeente ingrijpen?
Er zijn gevallen waarin het plan ingewikkeld is en dat het college van burgemeester en wethouders verwacht dat meerdere belanghebbenden bezwaren tegen het plan zullen hebben. In dat geval kan het college besluiten tot een uitgebreide procedure en kunnen belanghebbenden hun reactie of mening geven bij de gemeente (zienswijzen indienen). De tijd die staat voor de afhandeling van de vergunningaanvraag wordt dan verlengd tot zes maanden. Dit kan initiatiefnemers aanmoedigen om hun participatie zelf goed te organiseren.
Wanneer de functie van een gebied verandert, kan de initiatiefnemer ervoor kiezen om een partiële herziening van het omgevingsplan aan te vragen. Een partiële herziening is een gedeeltelijke wijziging van het omgevingsplan. Aanvragen hiervoor zijn meestal voor grote tot zeer grote plannen met veel invloed op de omgeving. De plannen wijken altijd af van de bestaande regels in het omgevingsplan; anders was het immers niet nodig om het omgevingsplan te wijzigen.
Een aanvraag voor een partiële herziening van het omgevingsplan valt onder de bepalingen van artikel 16.30, lid 1, van de Omgevingswet. De gemeente moet de procedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht toepassen. Dit omvat de publicatie van een ontwerpbesluit en een maximale besluitvormingstermijn van zes maanden. Deze termijn kan nog worden verlengd als dat redelijk is.
Participatie bij een partiële herziening
- De aanvrager begint de participatie voor de start van de officiële procedure. De participatie gaat door tijdens en na de officiële procedure.
- Wanneer het ontwerp is in te zien kan iedereen reageren. De reacties zullen inhoudelijk vaak een vervolg zijn op wat er tijdens het voortraject al is gezegd of ingebracht.
Kan de gemeente ingrijpen?
Er zijn geen exacte wettelijke eisen voor hoe een verzoek tot wijziging van het plan moet worden ingediend. Bij de beoordeling van het verzoek vraagt de gemeente zich af of het helpt om alle functies (wonen, werken, verkeer, et cetera) goed over de gemeente te verdelen. De wet eist namelijk ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De gemeente heeft veel vrijheid om te bepalen wat precies verstaan wordt onder deze evenwichtige verdeling van functies. Als een verzoek daar niet aan voldoet, moet de gemeente de aanvraag zelfs afwijzen. Dit zorgt ervoor dat er een goede balans is en dat bijvoorbeeld woonwijken niet te druk worden, bedrijfsterreinen op de juiste plekken liggen en voorzieningen zoals scholen en parken goed bereikbaar zijn. Als de participatie niet goed is uitgevoerd kan de gemeente in redelijkheid geen besluit nemen en moet het verzoek ook afgewezen worden.
Wij verwachten van aanvragers dat zij op een goede manier aan de gang gaan met participatie en dat zij een passend verslag van het participatieproces inleveren. Dit verslag moet voldoen aan de voor participatie opgestelde beleidsregel.
Het vooroverleg(Verwijst naar een externe website) met de gemeente is bedoeld als initiatiefnemers willen kijken hoe het staat met de haalbaarheid van de ruimtelijke plannen. Dit vooroverleg vindt plaats voordat de initiatiefnemer daadwerkelijk een vergunningaanvraag indient. Het vooroverleg geeft inzicht in eventuele noodzakelijke aanpassingen aan het plan voordat de vergunning verleend kan worden. Het vooroverleg is er ook voor bedoeld om de plannen voor het participatieproces alvast met de gemeente te bespreken.
Participatie bij het vooroverleg
- Het vooroverleg is een fase vóór het officiële gedeelte van de aanvraag. Hier is dan ook wettelijk niets voor bepaald als het gaat om participatie.
- In de fase van het vooroverleg kan een initiatiefnemer wel alvast beginnen met de participatie. Wanneer de initiatiefnemer vervolgens het plan aanpast, verwacht de gemeente ook over deze aanpassingen participatie.
- Het is niet de bedoeling om dubbel werk te doen. Tijdens het vooroverleg vindt bijvoorbeeld participatie plaats over een paar onderwerpen. In de vergunningfase hoeft u over deze onderwerpen niet opnieuw met dezelfde belanghebbenden te praten. Alleen als het ontwerp gewijzigd is, of als er andere feiten of situaties zijn, is opnieuw participeren over hetzelfde onderwerp nodig. Dat geldt bijvoorbeeld als er een nadere uitwerking is van iets wat eerder is besproken.
Kan de gemeente ingrijpen?
Omdat er over participatie bij vooroverleg wettelijk niets is voorgeschreven zijn er geen mogelijkheden voor de gemeente om in te grijpen.